
Een aantal dagen per week vaar ik rond de zelfde tijd over met een fietsveer van Amsterdam Noord naar de houthaven. Het veer is oud, het stamt nog uit, nou ja, grootmoeders tijd. Het heeft een kleine overkapping op het achterdek en een vooronder voor wanneer het weer te guur is. In tegenstelling tot de grotere boten die mechanisch bediend worden en dus maar één bemanningslid hebben, varen er op dit veer twee mannen mee: één om te sturen en één om de klep neer te laten. Een van de heerschappen die de klep neerlaat, hij is rond de 60 jaar oud, heeft een bruin gebrand gezicht, rookt op gezette tijden een sigaar en onderhoudt zijn sneeuwwitte bakkebaarden en snor met zorg.
Op een ongewoon zonnige woensdagmorgen laat in juli –het had weken aaneen geregend- was ik de enige passagier aan boord. Ik had mijn rode schoenen aan, een witte panty en een lange jas met brede schouders die wapperde in de over het IJ aanrollende wind. ‘Zo ging het vroeger ook’, placht ik wel eens te denken wanneer ik het betreffende handbediende veer zie aanmeren. Enfin, het bemanningslid met de indrukwekkende bakkebaarden sprak mij –voor het eerst, normaliter groeten we elkaar slechts bij het opstappen en verlaten van het veer- aan. ‘Wat een prachtige schoentjes heb je aan. Het lijkt wel of ze uit de Efteling komen. (Ik vatte dat op als een compliment.) Met witte sokjes; een mooie dame.’ Na verlegen het compliment in ontvangst genomen te hebben ging ik zitten, in de zon, onder de overkapping op het achterdek. Zeven minuten later, we gingen aanmeren, trof ik hem weer. ‘Je hebt een vlekje op je kous.’ ‘Dat zit er al heel lang’, zei ik hem. Want dat was zo. Of ik al wasbenzine had geprobeerd. ‘Nee’, gaf ik toe, ‘maar ik vraag me af of zo’n oude vlek er nog uit gaat.’ En toen kwam het: ‘ik heb een speciaal zeepje waarmee ze ook het dek van de pont schoonmaken. Neem nu haring in tomatensaus. Ik heb dat wel eens gemorst hier -ter illustratie trekt hij zijn blauwe schipperstrui een beetje omhoog om op het witte overhemd daaronder de plek van het ongeval aan te wijzen- en dat oranje spul krijg je er verrekte moeilijk uit. Maar met dat zeepje is het gelukt. Ik zal dat wel voor je meenemen. Ja, dat doen ik voor je!’
Een maand later –vakantie, andere werktijden, je kent het wel. Ik kom aan boord en nog voor ik iets kan zeggen loopt hij naar een bergruimte onder het afdak. Triomfantelijk haalt hij een in een blauw plastic zakje gewikkeld spa citroen flesje tevoorschijn, met daarin een stroperige, transparante vloeistof. Om me ervan te verzekeren dat het spul geen kwaad kan, dopt hij zijn vinger er even in. “Als ik nou een vlekkie heb dat me niet zint, doop ik een oude tandenborstel in de zeep en dan maar poetsen.”
En nu heb ik dus na jaren een schone witte panty. Ik kan niet wachten tot ik het hem kan laten zien.
---
Volgende keer weer werkgerelateerde zaken, zoals een nieuwe aflevering van 'Het boek = het werk'. Ondertussen werk ik nog steeds hard aan het realiseren van het PhotoQ Jaarboek- De Ontdekking dat op 21 oktober tijdens de dag van de fotografie in Pakhuis de Zwijger gepresenteerd moet gaan worden. Het leeuwendeel van mijn tijd slijt ik momenteel op de Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag, waar ik afgelopen maandag de eerste les gaf. Ieks! Leuk! Volg me op Twitter voor regelmatige updates. En oh ja, er staan weer nieuwe dingen in de agenda!
ADRESWIJZIGING PER 1 OKTOBER! De Bonte Zwaan, het drijvende kantoorgebouw waar ik op werk, wordt naar het uiterste randje van de stad versleept. Over het IJ. Jammer dat we er niet op mogen tijdens dat tochtje... Zelfde kantoor, nieuw adres: Haparandadam 7 - 18c, 1013 AK Amsterdam. Ahoy!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten