Zonnetje, beetje regen: geen beter moment om weer de moestuin / balkon / plantenbak in te duiken. Ter inspiratie daarom hieronder het artikel dat ik schreef over dakmoestuinen. Niet eerder gepubliceerd! (Die gekke wortel komt uit de daktuin van Barbara
Šušić die ik interviewde voor het artikel.)
Op een paar stukken na heb ik de afgelopen maanden niet veel geschreven. Neen, ik heb mij voorzichtig begeven op het pad van de audio-visuele journalistiek. Zo maakte ik een videoreportage over een te slopen winkelpand waarvoor een steeg in de plaats moet komen, en een over een met leverworst vergiftigde hond.
Voor het eerste
radio-item ging ik op zoek naar mensen die het taboe op paardenvlees eten wilden nuanceren: een paardenslager, een manege-eigenaresse en een kok die momenteel veel succes oogst met zijn hengstenbal - huisgemaakte bitterballen met paardenvlees. Het radio-maken heeft me dusdanig gegrepen - kon ik eindelijk al die theater training weer eens gebruiken tijdens het inspreken - dat ik een serieuze uitbreiding van mijn journalistieke mogelijkheden overweeg. Daarmee komt uiteraard geen eind aan het schrijven, maar daarover later meer.
>>>SCROLL VERDER VOOR HET ARTIKEL 'WEL FRAMBOZEN, GEEN VAKANTIE'<<<
De opmars van de daktuin
Wel frambozen maar geen vakantie
Zelf groenten telen is hip. Het gebeurt op balkons, soms op geannexeerde braakliggende bouwgrond, en steeds vaker op het dak. Ook bedrijven laten hun - vaak grauwe - platte daken inrichten als moestuin. Iedereen kan een dakmoestuin beginnen, maar het is aan de tuinier hoe succesvol die wordt. Daar komt meer bij kijken dan je misschien zou denken.
Het aantal achtertuinen in de stad is spaarzaam, om van moestuinen nog maar te zwijgen. Maar daar komt verandering in als het aan een groeiend aantal ‘urban farmers’ ligt. ‘Urban farming’ is een wereldwijde trend én netwerk, bestaande uit particulieren en organisaties die eigen verbouw van groenten en fruit stimuleren. ‘Urban farmers’ kweken hun groente en fruit niet op het platteland, maar in potten en bakken op vensterbanken, balkons én steeds vaker ook in een dakbedekkende laag aarde op hun woning in de stad.
Kromme wortels en hongerige duiven
Barbara Šušić (35) is een beginnend daktuinder uit Amsterdam. Ze heeft haar dakterras vol staan met zinken teilen en bakken van sloophout. Ze laat een merkwaardige wortel zien, het lijkt wel een hand. “Ik leer met vallen en opstaan. Wortelen moeten bijvoorbeeld in zandgrond omdat ze anders gaan kronkelen. Volgend jaar beter!”, vertelt Šušić lachend. “Eigenlijk kun je niet op vakantie in de zomer, want met name fruit heeft dan veel water nodig. En als er teveel regen is – zoals dit jaar –, worden bijvoorbeeld de frambozen zuur en heb je niets meer aan je oogst.” Maar ze is ook positief: “We hadden heel veel sla en overal in de hoekjes staat rucola, die doet het goed.” Toch is ze verre van zelfvoorzienend, “dus ga ik ook nog gewoon naar de Appie.”
Je kunt er zoals Šušić natuurlijk zelf aan beginnen, maar je kunt het ook groots aanpakken met professionele hulp. Dakboerin Annelies Kuiper voorziet bedrijven en particulieren van dergelijke hulp en advies. Zo maakte ze het teeltplan van de Dakakker op het Rotterdamse Schieblock (een bedrijfsverzamelpand voor creatieven vlakbij het Hofplein in Rotterdam-Centrum), een dakbedekkende moestuin die wordt onderhouden door een groep vrijwilligers. Ook legde ze sinds ze begon in 2011 voor een stuk of vijftien mensen (van Zwolle tot Eindhoven) een daktuin aan, en nog eens vijftien voorzag ze van advies. De motivatie loopt uiteen: “Sommige mensen staan op de wachtlijst voor een volkstuin, anderen vinden het fijn om niet te hoeven fietsen voor een paar tomaten en weer anderen zijn geïnteresseerd in duurzaam wonen”, zegt Kuiper.
Annette Behrens (33) is vrijwilliger op de Dakakker in Rotterdam, en licht toe waarom: “Ik vind het heel leuk aan een gemeenschappelijke tuin om mensen te ontmoeten en van hen te leren over tuinieren. Bovendien kan ik nu kijken of het echt bij me past, je moet er toch dagelijks mee bezig zijn.” Met name het wieden en het ongedierte zijn haar tegengevallen, duiven blijken bijvoorbeeld dol zijn op aardbeien: “Volgend jaar gaat er een netje overheen”, zegt Behrens. “Ik hoop ooit een eigen tuin te hebben, maar ook al is het werk me over het algemeen meegevallen, een tuin delen is misschien een goed idee.”
Nodig: een stevig dak of lelijke plek
Kan dat zomaar, een dakbedekkende moestuin? Je dakconstructie bepaalt het gewicht aan aarde dat je kwijt kunt, en dus het soort gewassen dat je kunt kweken. Aardbeien en kruiden hebben niet zoveel grond nodig (10-20cm), bladgroente en pompoenen algauw 30 tot 40cm. Ook moet je wortelwerende dakbedekking aanbrengen om gaten in je dak te voorkomen. En dan zijn er nog de kosten van transport, kubieke meters speciale aarde en het huren van een kraan om dat alles op je dak te krijgen. Omdat er geen voedingsstoffen in het dak zitten moet je substraat gebruiken, een mengsel van aarde, voedingsstoffen en poreus gesteente. Dat laatste zorgt ervoor dat de grond vocht vasthoudt, en dat het niet van het dak waait, legt Kuiper uit.
Antoine Miltenburg van biet&boon gaf ook advies aan particulieren, tot hij iemand ontmoette met een dak van 3000 m2. Nu richt zijn bedrijf zich met name op het ontwerpen, uitvoeren en onderhouden van bedrijfstuinen, zoals die op het Zuidpark aan de A10. Het Zuidpark is een ‘duurzaam bedrijvencomplex’ dat het onderhoud gezamenlijk regelt, maar met behulp van enkele ‘werkloze jongeren’. Miltenburg signaleert dat bedrijven vaker in sociale aspecten en bewustwording willen investeren: “Ze hebben de ruimte niet, behalve op hun dak. Dat zijn vaak lelijke plekken die heel erg opknappen van een beetje groen. Bovendien bevordert zo’n tuin de sociale cohesie; ik ken voorbeelden waar een enorme receptenuitwisseling op gang is gekomen, ook tussen bedrijven.”
Als het aan biet&boon ligt gaan nog veel meer mensen daktuinieren. Antoine Miltenburg: “We starten dit jaar met de Urban Farming Academy. We willen een groep mensen instrueren die het leuk vindt om in de tuin te werken. Zo ontstaat er hopelijk een netwerk van mensen die in opdracht daktuinen kunnen bijhouden: voor bedrijven, maar ook voor restaurants.”
Volgens Miltenburg zal de waardering voor verse groenten en zelf koken alleen maar verder toenemen. Zelfvoorzienend zullen de daktuinders echter niet snel worden, in concurrentie voor de tuinders uit het Westland gelooft hij dan ook niet: “Er zal geen vrachtwagen minder om naar de supermarkt rijden.”