donderdag 3 maart 2011

Oh Amsterdam!



Ik geef het ruiterlijk toe: dit stukje had twee weken eerder moeten komen. Wat zeg ik: een maand! Om toch even een beeld te schetsen: ik ben in het proces van een verhuizing naar waar het allemaal gebeurt: Amsterdam! Zwoegen op een in de jaren zeventig met oranje tegels, schrootjes en bruin zeil verpeste keuken, leverde wel op dat ik voortaan mag koken op een witte granito vloer met zwarte bies! Elke dag het IJ over (waanzinnig in de mist) vind ik ook geen straf en dan de locatie zelf: in de oude bestuurswoning van een machinefabriek met tweedehands meubelzaken galore (er zijn al heel wat spullen van de ene naar de andere kant van het terrein gesleept) en een cateraar om je vingers bij af te likken. Mijn vrienden noemen het inmiddels gekscherend ‘de loods’. Omdat ook de ongebruikelijkheid van de plek wel inzie (en de charme), ga ik vanaf april een blog bij houden over de belevenissen aldaar, in tekst én beeld! Heb ik tenminste een goeie stok achter de deur om regelmatig te schrijven, want dat vind ik toch wel het aller fijnste om te doen. (Hoezee voor mijn werk bij PhotoQ waar ik twee dagen per week niets anders doe dan: schrijven!)

En daar heb ik meteen een bruggetje naar het interview met Hans den Hartog Jager (kunstcriticus voor NRC en auteur van twee handenvol boeken) dat ik deed voor de cursus interviewen. Wat heeft hij eigenlijk met kunst? En voor wie schrijft hij zijn stukken? Hij vertelt onder andere dat hij het gelukkigst is ‘wanneer [hij] in zijn eentje in [zijn] hok zit te tikken’. Hieronder een deel uit het interview. Nergens anders gepubliceerd!

Nu in de winkel
EXTRA 07 met mijn interview met Isabella Rozendaal (‘Dingen die alleen maar mooi zijn, zijn over het algemeen ook saai.) en Museumtijdschrift 2/11 met mijn bespreking van de tentoonstelling Polaroids van Julian Schnabel in het Fotomuseum Den Haag.

NIEUW ADRES
Voor ik het vergeet: vanaf 1 april alle post, bezoeken en leuke verrassingen naar: De Bonte Zwaan, Cultuur Cocktail / Lotte ten Voorde, Stavangerweg 890 - 18c, 1013 AX Amsterdam.

Interview met Hans den Hartog Jager: 'Met kunst leef je intenser'

“Kunst begrijpen zonder voorkennis, is een bijna romantisch verlangen.”

Je zegt vaak dat heel goed kijken, de tijd nemen, belangrijk is voor het begrip van een werk. Als ik dat naast je toegankelijke manier van schrijven zet, vraag ik me af of je een soort tweede agenda hebt, of je mensen iets bij wil brengen. Is dat zo?
Moeilijke vraag hoor. Je schrijft een stuk nooit voor jezelf alleen, maar wel voor een deel. Als ik voor NRC schrijf moet ik enerzijds proberen een beeld te geven van wat er te zien is. Anderzijds hoop ik dat de lezer zich door mijn stuk op een intellectuele, kunstinhoudelijke manier tot een tentoonstelling kan verhouden. Dat vind ik belangrijker dan mijn oordeel. Als het goed is worden ze nieuwsgierig en gaan ze kijken, of ze hebben met plezier het stuk gelezen en laten het daarbij.

Heb je handvatten bij het kijken voor de leek? Dat hij ondanks een gebrek aan kennis toch al die lagen kan afpellen door goed zijn ogen te gebruiken?
Dat is toch heel moeilijk; een bijna romantisch verlangen. Ik geloof eigenlijk niet helemaal dat dat kan. Een voorbeeld: je kunt hier niet functioneren als je niet weet hoe een stoplicht werkt. Zo werkt het in de kunst ook. Er bestaan nou eenmaal bepaalde signalen, betekenissen, symbolen, noem ze maar op, die nodig zijn om kunst volledig te kunnen duiden. Natuurlijk is er kunst waar je naar kunt kijken met weinig kennis. Maar, als je echt heel weinig weet, interesseert het je vermoedelijk helemaal niet. Dan heb je ook je lol met een Dali bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk prima, maar dat zijn niet de mensen voor wie ik schrijf. Ik vind het wel leuk als mensen proberen er iets meer uit te halen.

In jouw boek Dit is Nederland in tachtig meesterwerken schrijf je onder andere ‘met scherpe keuzes maak je debatten los, en dat moet want cultuur leeft bij de gratie van dat er over gepraat wordt.’ Is dat niet toch een soort wens om mensen te onderrichten?
Ik wil dat mensen zich tot cultuur verhouden. Ik vertel een verhaal of ik geef een mening en die richt ik aan een mij onbekende lezer. Die lezer kan dat oppakken en naar de tentoonstelling toe gaan, boos worden op mij of met anderen in gesprek gaan. Ik vind dat cultuur bestaat bij de gratie van uitwisseling. Op het moment dat er niemand iets zegt, is het weg, dood. Dan bestaat het niet. Terwijl juist die flipperkast waarin allerlei meningen heen en weer vliegen zo leuk is! Die plek daartussen, dát is het eigenlijk. Dat is ook waar die confrontatie plaatsvindt. Waar de meerwaarde zit. Dat beseffen mensen zich te weinig wat mij betreft.

Lees het hele interview waarin hij o.a. uitlegt waarom hij vint dat er een scheidignsmuur is opgetrokken tussen de kunst en de wereld.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten